Na mijn bezigheden op het theaterfestival was er nog een andere activiteit in de buurt. Rimpelrock, het muziekfestival voor de generatie die nog jong van geest is, en soms iets minder jong van gestel.
Een aantal artiesten op de affiche sprak me niet onmiddelijk aan (F.Bauer haalt mijn maag overhoop en L.Caals in combinatie met André Hazes leek me al helemaal niet gezond voor mijn spijsvertering) maar anderen (Middle of the Road, Three degrees, Rocco Granata) zagen er wel leuk uit.
Er was ook nog theater op de markt natuurlijk, dus ik begaf me pas op de wei toen Paul Anka aan zijn set ging beginnen.
En, het mag echt gezegd, Paul Anka swingt als de neten! (mijn excuses, maar dat is de uitdrukking)
Zowel zijn all-time classics (Diana, Put your head on my shoulder, …) als songs die hij schreef voor Buddy Holly, Sammy Davis Jr. en Frank Sinatra (My way zorgde voor een prachtduet tussen Paul en Frank (op tape, die laatste)).
Maar mijn voornaamste motief was zijn album ‘rock swings’. Iemand die Van Halen’s ‘Jump’ en Nirvana’s Smells like teen spirit volledig van hun oorspronkelijke context kan strippen, de song helemaal restylen en het nog verdorie goed laten klinken, naar zo iemand ga ik met veel plezier luisteren.
De puristen onder ons zullen het recycleren van bvb Smells like teen spirit mogelijk omschrijven als heiligschennis, maar wie er open voor staat, hoort een prachtsong die in een nieuw kleedje is gestoken en nog steeds overeind blijft.
Nirvana gebracht door een swing king van 66, begeleid door een heus orkest, het klinkt anders. Maar de goede zin van anders